Warmte-en koudeopslag
Warmte- en koudeopslag (WKO) is een van de vormen van bodemenergie, deze vorm kenmerkt zich door de opslag per seizoen van zowel warm als koud grondwater met relatief kleine temperatuurverschillen (tussen de 5ºC en 25ºC). Het onderstaande stuk tekst gaat in op deze vorm van bodemenergie.
WKO kan toegepast worden in een open of een gesloten systeem. Beide systemen worden al tientallen jaren toegepast. Inmiddels zijn er ongeveer 3.000 open systemen wereldwijd (waarvan ca. 85% in Nederland)[1] en een veelvoud aan gesloten systemen.
Bij een open systeem wordt grondwater opgepompt en gebruikt om een gebouw te koelen of verwarmen. Als een gebouw wordt verwarmd, wordt warmte uit het grondwater afgegeven aan het gebouw waardoor het grondwater kouder wordt (Figuur 1A). Als het gebouw wordt gekoeld wordt warmte uit het gebouw afgegeven aan het opgepompte grondwater dat vervolgens iets warmer wordt (Figuur 1B). Daarna wordt dezelfde hoeveelheid grondwater weer geïnjecteerd in de bodem. Er wordt dus netto geen grondwater weggehaald uit de bodem.
Gesloten systemen bestaan in Nederland vooral uit verticale bodemwarmtewisselaars [A1] [A2] (VBWW). Deze systemen worden aangelegd door een klein boorgat te maken en daarin een kunststofbuis (lus) te plaatsen waardoor een vloeistof stroomt die de warmte transporteert en afgeeft aan het gebouw of opneemt van het gebouw, waardoor dit gebouw dus opwarmt of afkoelt (Figuur 1C en 1D).

Figuur 1: A) Open WKO, verwarming. B) Open WKO, verkoeling. C) Gesloten WKO, verwarming. D) Gesloten WKO, verkoeling [2]
