Kenmerken van adaptatie
1) Vermogen om risico’s te reduceren: Traditioneel wordt ‘beste’ vertaalt als de effectiviteit van adaptatie maatregelen in het reduceren van klimaatrisico’s [5]. In theorie heeft iedere maatregel een risico reducerend potentieel. De mate waarin en of dit voldoende is, hangt sterk van de fysieke omstandigheden van de plek (bijvoorbeeld topografische kenmerken of type bodem) en het gebruik (bijvoorbeeld veel agrarisch gebied, kritieke infrastructuur, of hoeveel mensen er wonen). Dat kan op sommige plekken bijvoorbeeld betekenen dat meer ruimte voor rivieren effectiever is dan het verhogen van bestaande dijken om overstromingsrisico te reduceren. Het combineren van verschillende maatregelen, bijvoorbeeld ruimte voor de rivier en de dijken verhogen, kan het risico-reducerend potentieel verder verhogen. Recent onderzoek laat overigens zien dat het vaststellen van dergelijk potentieel lastig is en dat we dit van veel maatregelen dus ook niet goed weten [3] en vooral aannames doen in modelstudies [7]. Het achteraf vaststellen van de daadwerkelijke effectiviteit via monitoring en evaluatie gebeurt nog weinig.
2) Robuustheid en flexibiliteit: Bij een steeds verdergaande klimaatverandering kan de mate waarin risico’s gereduceerd worden veranderen. Maatregelen moeten daarom niet alleen nu de risico’s reduceren, maar ook robuust genoeg zijn om dit op de lange termijn te blijven doen. Dit geldt zeker in een situatie waarbij klimaatverandering sneller gaat dan verwacht. Een goed voorbeeld is aanpassen aan zeespiegelstijging waar grote onzekerheden zijn over de snelheid en mate van verandering op de midden en lange termijn [8]. Idealiter zijn maatregelen dus flexibel en vooruitziend genoeg om mee te bewegen met de verdergaande klimaatverandering en om eventueel van koers te veranderen in het geval van voortschrijdende inzichten; is bijvoorbeeld het ontwerp van een nieuwe sluis voldoende robuust voor verschillende mogelijke (klimaat)toekomsten? [9] Door verschillende oplossingsroutes te identificeren kan worden voorkomen dat de maatregelen die we nu nemen een belemmering vormen in de toekomst (‘lock-in effect’).
3) Kosten-baten verhouding: De balans tussen risico reducerend potentieel en economische en maatschappelijke kosten en baten zijn belangrijk om goede keuzes te maken. Zeer effectieve maatregelen kunnen immers erg duur zijn, denk bijvoorbeeld de aanleg van overloopgebieden. Of ze zijn maatschappelijk onwenselijk, bijvoorbeeld het verlaten van hoge risico gebieden. Sommige maatregelen hebben relatief lage kosten en hoge baten: zo kunnen waarschuwingssystemen (early warning systems) bijvoorbeeld bij een hittegolf of overstroming effectief zijn in het reduceren van risico’s, en zijn relatief goedkoop en eenvoudig te implementeren [10]. Overigens zijn er ook goede redenen om te kiezen voor maatregelen die wellicht erg duur zijn en maar beperkt effectief, bijvoorbeeld in hoog stedelijk gebied11, waar veel goedkopere en wellicht effectieve(re) maatregelen afvallen vanwege de specifieke fysieke omstandigheden en de wensen en eisen van bewoners.
4) Verplaatsen van risico: Een adaptatie maatregel dient in den beginsel het probleem niet direct of indirect af te wentelen naar bepaalde sociale groepen of op toekomstige generaties. Studies laten bijvoorbeeld zien dat maatregelen zoals aanleg van groene infrastructuur kan resulteren in het vergroten van kwetsbaarheden voor sommige sociale groepen [12]. En veelal zijn dit de al kwetsbare groepen. Daarnaast kan het uitvoeren van maatregelen op korte termijn het probleem oplossen, maar op lange termijn het probleem juist vergroten door bestaande kwetsbaarheden en ongelijkheden te vergroten [13].