In de loop van de twintigste eeuw kwamen de mondiale verbanden in beeld. Wetenschappers onderzochten met behulp van gegevens van over de hele wereld en de nieuwe rekenkracht van computers hun onderlinge samenhang en ontwierpen modellen om de ontwikkeling van het klimaat te kunnen analyseren en voorspellen. Uit hun onderzoek bleek niet alleen dat gebeurtenissen op één plek het klimaat elders konden beïnvloedden, maar ook dat broeikasgassen in de atmosfeer ertoe leidden dat de gemiddelde temperatuur op de planeet steeg.[3]
Milieuactivisme
Al voor de kennis over klimaatverandering een breder publiek bereikte, waren wereldwijde netwerken van milieuactivisten ontstaan en overlegden politici over een mondiaal milieubeleid. Milieuactivisten hadden net als wetenschappers en politici aanvankelijk vooral oog voor de plaatselijke problemen. In de eerste helft van de twintigste eeuw probeerden natuurbeschermers bijvoorbeeld gebieden zoveel mogelijk te vrijwaren van menselijke invloed. Vervuiling van de lucht, het water en de bodem werd vanaf het midden van de twintigste eeuw een thema waar plaatselijke en landelijke groepen tegen in actie kwamen.
Het milieu kwam ook internationaal op de kaart te staan, bovenal door conferenties die de Verenigde Naties (VN) organiseerde. De Conferentie over het Menselijk Milieu die in 1972 in Stockholm plaatsvond, was één van de eerste internationale ontmoetingen waarin gesproken werd over de vraag hoe milieuproblemen op mondiale schaal aangepakt konden worden. Dergelijke conferenties boden activisten een aanleiding om acties te organiseren die het onderwerp bij een breder publiek op de kaart zetten, mogelijke bondgenoten te vinden en politici onder druk te zetten. Een jaar eerder hadden de VN het initiatief van Amerikaanse milieuactivisten overgenomen om jaarlijks op 22 April De Dag van de Aarde (Earth Day) te vieren, om op die manier bewustwording over het milieu te bevorderen.[4]
Milieuactivisme was soms grootschalig, zoals de eerste editie van Earth Day in de Verenigde Staten, waaraan naar schatting twintig miljoen mensen deelnamen.[5] Vaker waren het kleinere groepen activisten die het onderwerp met doelgerichte acties op de kaart zetten, zoals de opzienbarende acties van Greenpeace tegen kernwapenproeven en walvisjacht begin jaren 1970.[6] Veel acties ten bate van het milieu waren praktischer en minder zichtbaar, zoals de inzet van vrouwengroepen voor recycling of het verkopen van toiletpapier gemaakt van gerecycled papier door wereldwinkelgroepen.[7]
Toen de zorgen over klimaatverandering vanaf de jaren 1990 een breder publiek bereikten, bood het wereldwijde netwerk van mensen die zich op allerlei manieren voor het milieu inzetten een belangrijke voedingsbodem. Milieuorganisaties namen internationale topconferenties als de VN-conferentie over Milieu en Ontwikkeling in Rio de Janeiro in 1992 als aanleiding om aandacht te vragen voor maatregelen die nodig waren om de opwarming van de aarde tegen te gaan.