Randvoorwaarden klimaatrelevante actie
Over het algemeen geldt voor alle klimaatrelevante actie: voordat mensen overgaan tot actie moeten zij hiervoor voldoende gemotiveerd zijn, de capaciteit hebben om dit te doen, en de gelegenheid hiervoor krijgen (Michie et al., 2018). De mate van motivatie, capaciteit en gelegenheid verschilt per (type) gedraging, context en doelgroep. Om te begrijpen wat er nodig is voor een gedragsverandering zou je per type gedraging steeds goed moeten kijken in hoeverre op deze drie vlakken aanpassingen gemaakt kunnen worden.
Maak duurzaam gedrag de standaard
Gelegenheid gaat over de mate waarin de fysieke en sociale omgeving het uitvoeren van het gedrag stimuleert of belemmert. De manier waarop de omgeving nu is ingericht en de manier waarop keuzes worden gepresenteerd (ook wel keuzearchitectuur genoemd; Thaler & Sunstein, 2008), ondersteunt de vervuilende status quo en nodigt niet uit tot een duurzame verandering. Milieuvriendelijke keuzes vragen namelijk vrijwel altijd om extra investering van mensen in tijd, moeite en/of geld. Denk bijvoorbeeld aan kostbare zonnepanelen of biologische producten. Wanneer de meest gangbare en bereikbare opties niet milieuvriendelijk zijn, wordt bovendien indirect een milieuonvriendelijke sociale norm gecommuniceerd: om je milieuvriendelijk te gedragen moet je afwijken van de standaard. Sociale normen zijn een krachtige voorspeller voor verschillend milieuvriendelijk gedrag, waaronder duurzame voedselkeuzes, recyclen en energiezuinig gedrag (White, Habib & Hardisty, 2019). Om duurzaam gedrag te faciliteren zal de keuzearchitectuur moeten worden aangepast zodat duurzaam gedrag de standaard wordt en milieuonvriendelijke opties geen onderdeel meer zijn van het keuzepallet of niet langer vragen om een extra investering. Een initiatief dat effectief ingrijpt op de keuzearchitectuur met behoud van keuzemogelijkheden is ‘carnivoor geef het door’ [Dit voorstel van de Partij van de Dieren wordt steeds meer onderwijs en overheidsinstellingen in de praktijk gebracht] . Op bijeenkomsten waar maaltijden worden aangeboden is de milieuvriendelijke plantaardige maaltijd de standaardoptie. Mensen die de voorkeur geven aan vlees of vis kunnen dit aangeven. Dit maakt de duurzame optie toegankelijker om twee redenen: het kost minder moeite en je wijkt hiermee niet af van de norm.
Biedt heldere richtlijnen voor duurzaam gedrag
Capaciteit gaat over fysieke en mentale persoonsgebonden factoren: beschikt men over de benodigde kennis, vaardigheden en het denkvermogen om het gedrag uit te voeren. Om bewust duurzamere keuzes te kunnen maken moeten mensen onder andere kennis hebben van wat duurzame opties en gedragingen zijn en hoe ze dit kunnen uitvoeren. Informatie daarover is niet altijd eenduidig. Vanuit de politiek is er bijvoorbeeld regelmatig discussie over duurzaam beleid (wel of geen biomassa centrale/biobrandstof/kernenergie). Bovendien is de benodigde kennis niet altijd beschikbaar, bijvoorbeeld wanneer bedrijven niet transparant zijn over de productie en herkomst van hun producten of zelfs consumenten misleiden door greenwashing van vervuilende praktijken met een groen imago. Dit belemmert mensen bij het maken van duurzame keuzes. Het verbieden van fossiele reclame zou een stap zijn in de richting van meer helderheid naar de consument over wat wel en niet van hen wordt verwacht [Fossiel vrij NL vraagt als ‘burgerinitiatief’ aan de Tweede Kamer om een nieuwe wet: een verbod op fossiele reclame en een waarschuwing op verkooppunten voor fossiele brandstof]. Daarnaast is een breed gedragen boodschap vanuit de autoriteiten, in de vorm van (lokale) overheid, met duidelijke gedragsregels/ handelingsperspectieven van belang. Dit maakt het voor mensen duidelijk wat ze kunnen doen om gezamenlijk en op individueel niveau bij te dragen aan het terugdringen van de klimaatcrisis. Zoals in de coronacrisis bijvoorbeeld iedereen werd verteld om 1,5 meter afstand te houden en handen te wassen, zou in verband met de klimaatcrisis iedereen kunnen worden verteld zich binnenshuis warm te kleden en de thermostaat te verlagen naar onder de 20 graden, minder vaak en maximaal 2 min te douchen en zeker 50% minder vlees te eten.