
Winter
Er is een aantal studies dat laat zien dat bebossing in Nederland bij een oppervlak ter grootte van een provincie in de winter leidt tot een toename in neerslag [1,3]. Het belangrijkste mechanisme dat hier een rol speelt is de hogere ruwheid van bos ten opzichte van ander landgebruik in de omgeving van het bos. Deze hogere ruwheid zorgt voor een afremming van de horizontale luchtstroming, wat leidt tot stijgende luchtbewegingen. Daardoor kan vochtige lucht tot grotere hoogte komen, en vindt er meer condensatie plaats, en dus meer wolkenvorming en neerslag. Dit effect lijkt vooral belangrijk tijdens frontale weerssituaties [1,3] dat wil zeggen, situaties waarbij de neerslag veroorzaakt wordt door grootschalige weersystemen die over het land trekken.
Zomer
In de zomer spelen frontale condities minder een rol en is convectieve neerslag belangrijker. Dit is neerslag die valt uit wolken die ontstaan zijn door convectie, dat wil zeggen, door verticale luchtbewegingen, die veroorzaakt worden door relatief warme lucht aan het aardoppervlak die op wil stijgen. De wolken ontstaan door de condensatie die dan op grotere hoogte ontstaat. Het effect van bos hier op is nog niet helemaal duidelijk. Wel lijkt het er op dat de sensibele warmteflux, en dus het transport van voelbare warmte van een oppervlak naar de atmosfeer, boven bos hoger is dan boven ander landgebruik tijdens warme periodes. Dit komt doordat het relatief donkere bladerdak van bos meer zonlicht omzet in warmte. Hierdoor neemt ook de wolkenvorming toe [2]. Het effect is in ieder geval kleiner dan in de winter [3].
Oppervlak van de bebossing
De oppervlakte van de bebossing in Nederland in de bovengenoemde studies is vrij groot; op zijn kleinst ter grootte van een deel van een provincie, bijvoorbeeld de Veluwe (~91.200 ha). Het is mogelijk dat ook op een kleinere schaal (~2000 ha) de neerslag toeneemt in de winter door bebossing in Nederland. Het is echter waarschijnlijk dat dit in veel mindere mate zal zijn, maar dat is lastig vast te stellen op basis van waarnemingen. In de tropen lijkt er wel een effect te zijn op kleinere schaal [5].