Wat gaan burgers merken van de kosten die het tegengaan van klimaatverandering in Nederland met zich meebrengt?

In de afgelopen decennia hebben we een economisch systeem opgebouwd dat voordelen kent, maar onvoldoende rekening houdt met een essentieel onderdeel van ons bestaan: de draagkracht van de aarde. De prijzen die we betalen in de supermarkt, kledingwinkels en andere winkels zijn daarom te laag waardoor we op te grote voet leven. Daarvoor betalen Nederlanders nu al de prijs in de vorm van meer extreem weer, lange perioden van droogte en een geleidelijke zeespiegelstijging. Om nog verdergaande klimaatverandering tegen te gaan, is het nodig om extra investeringen te doen waarvoor burgers direct of indirect zullen moeten betalen. In plaats van gas te gebruiken uit onze gasbel in Groningen of via import, komt warmte straks van warmtepompen of warmtenetten, zullen de elektriciteitsnetten worden verzwaard, zal een vaak duurdere elektrische auto moeten worden aangeschaft en zal vlees en vliegen duurder worden. Deze ontwikkelingen gaan geleidelijk. Bovendien zijn er besparingen zoals het rijden met een elektrische auto of het nuttigen van vleesalternatieven. Daarnaast kunnen technologische ontwikkelingen de kosten verder drukken en kan de overheid de kosten anders verdelen over bedrijven en burgers.

Lees meer... 6 min. leestijd