Milieuwinst van minder vlees eten
Vlees is erg belastend voor het milieu. Er is veel land, water en voer nodig voor het houden van vee. Dit veevoer moet ook worden gemaakt en vervoerd. Daarnaast zorgen dieren voor veel uitstoot van broeikasgassen door boeren, scheten en mest. Gangbare intensieve landbouwsystemen hebben ook tot gevolg dat er verlies is van biodiversiteit, water- en bodemkwaliteit [3]. Laat je één keer per week vlees staan? Dat scheelt al gauw 5 tot 10% van de uitstoot die komt door jouw eten. Als je binnen de Schijf van Vijf geen vlees neemt en dit vervangt door peulvruchten, noten en ei, dan levert dit een vermindering van ongeveer één derde aan uitstoot van broeikasgassen op. Maak je daarnaast ook nog duurzamere keuzes binnen productgroepen, zoals door vaker te kiezen voor kraanwater in plaats van sap of frisdrank of te kiezen voor aardappelen in plaats van rijst, dan kun je de broeikasgasuitsoot nog verder verminderen [2, 4].
Geen vlees en zuivel niet automatisch meest duurzaam
Minder vlees eten levert een belangrijke bijdrage aan het verminderen van broeikasgasuitstoot, wat kan oplopen tot -35% tot -50% voor een voedingspatroon zonder dierlijke producten (veganistisch) [5-7]. Voor de hele bevolking is een voedingspatroon helemaal zonder vlees (en zuivel) echter niet automatisch het meest duurzaam. Dat komt omdat ook andere factoren zoals landgebruik van belang zijn bij het bepalen van de milieubelasting. Bepaalde grond in Nederland is alleen geschikt om dieren te laten grazen en niet voor akkerbouw. Voor een voedingspatroon met weinig vlees (zo’n 1x per week) is bijvoorbeeld minder landbouwgrond nodig dan voor een voedingspatroon helemaal zonder vlees [8, 9]. Daarnaast kan vee een rol in spelen in de kringlooplandbouw. Vee kan worden gevoed met reststromen zoals schillen en pulp, en dieren leveren meststoffen waarmee akkers kunnen worden bemest. Voorlopige berekeningen laten zien dat in een circulair voedselsysteem het meest duurzame voedingspatroon ongeveer 20 gram dierlijk eiwit bevat, zo’n 1/3 van onze dagelijkse eiwitbehoefte [10]. Dat is een stuk minder dan het huidige gemiddelde, waarbij 61% van onze eiwitbehoefte afkomstig is uit dierlijke eiwitten [11].