Omzetting naar nationale wetgeving
Richtlijnen zijn juridische instrumenten die de Europese Unie kan vaststellen. Richtlijnen zijn verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat [19]. De inhoud, doelen en maatregelen die voortvloeien uit richtlijnen moeten dan ook worden omgezet naar nationale wetgeving. Doen lidstaten niet, niet geheel of te laat, dan kan de EU een inbreukprocedure starten om dit alsnog te realiseren [20].
Doelstelling hernieuwbare energie in Nederland
Nederland heeft dan ook de richtlijn omgezet naar nationale wetgeving. Het gaat hier om twee belangrijke elementen:
- De definitie van hernieuwbare bronnen;
- De voor Nederland bindende doelstelling voor 2020 (14%) en 2030.
Definitie hernieuwbare energiebronnen
De definitie van hernieuwbare energiebronnen is in richtlijn 2009/28/EG opgenomen in artikel 2 onder a: “energie uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen, namelijk: wind, zon, aerothermische, geothermische, hydrothermische energie en energie uit de oceanen, waterkracht, biomassa, stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties en biogassen”.
Deze is in Nederland geïmplementeerd in de Elektriciteitswet 1998, artikel 1 lid 1 onder t en Gaswet, artikel 1 lid 1 onder ao. De definitie in de Gaswet verwijst simpelweg naar de definitie zoals vastgesteld in richtlijn 2009/28/EG. De definitie in de Nederlandse Elektriciteitswet 1998 wijkt enigszins, maar niet problematisch, af van de Europese definitie: “hernieuwbare energiebronnen: wind, zonne-energie, omgevingslucht-, oppervlaktewater- en aardwarmte, energie uit de oceanen, waterkracht, biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas”.
De definitie van hernieuwbare energiebronnen wijkt enigszins af in REDII: “energie uit hernieuwbare bronnen” of „hernieuwbare energie”: energie uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen, namelijk windenergie, zonne-energie (thermische zonne-energie en fotovolta-ische energie) en geothermische energie, omgevingsenergie, getijdenenergie, golfslagenergie en andere energie uit de oceanen, waterkracht,
en energie uit biomassa, stortgas, gas van rioolzui-veringsinstallaties, en biogas” (artikel 2 lid 1).
Wat is het verschil met de oude definitie?
Deze nieuwe definitie zal ook in Nederlandse wetgeving moeten worden omgezet, alsmede de andere (nieuwe) doelstellingen en maatregelen). Op dit moment bereidt het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat een nieuwe wet voor, welke de Elektriciteitswet 1998 en Gaswet niet alleen update volgens REDII, maar ook bundelt in één formele wet: de Energiewet. Van 17 december 2020 tot 11 februari 2021 heeft een wetsvoorstel daartoe ter openbare consultatie gelegen [21]. In dit voorstel wordt aangehaakt bij de vernieuwde definitie van hernieuwbare energiebronnen, en wordt een aantal aanvullende definities voorgesteld: [22]
“elektriciteit uit hernieuwbare bronnen: elektriciteit die: a. is opgewekt met hernieuwbare bronnen of van energie uit hernieuwbare bronnen in een installatie die uitsluitend gebruik maakt van hernieuwbare bronnen; b. is opgewekt met hernieuwbare bronnen of energie uit hernieuwbare bronnen in een hybride installatie die ook met conventionele bronnen werkt, of c. is opgewekt met hernieuwbare bronnen en die wordt gebruikt voor accumulatiesystemen, en met uitzondering van elektriciteit die afkomstig is van accumulatiesystemen”
“energie uit hernieuwbare bronnen: energie die is opgewekt uit hernieuwbare bronnen of energie die is opgewekt met gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen”
“hernieuwbare bronnen: wind, zon, omgevingslucht, oppervlaktewater, aardwarmte, zee, waterkracht, biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas”
Deze wet wordt momenteel op basis van de openbare consultatie aangepast en zou op korte termijn naar de Tweede Kamer moeten worden verstuurd, maar dit zal hoogstwaarschijnlijk plaatsvinden na de vorming van een nieuw kabinet.