De toekomst beter voorspellen
Deze metingen worden echter wel minder betrouwbaar als we verder teruggaan in de tijd. Ze zijn dan ook veel minder belangrijk voor het onderzoek naar het geologisch verleden om de toekomst beter te kunnen voorspellen. Anders zou het te veel appels met peren vergelijken zijn. De randvoorwaarden, zoals de ligging van de continenten (paleogeografie), gebergteketens, oceaancirculatie en vulkanische activiteit, die de werking van het klimaatsysteem in het mede bepalen, waren toen heel anders. Ze geven natuurlijk wel inzicht in die interessante geschiedenis van onze planeet, maar om ook iets over de toekomst te kunnen zeggen, moeten we toch naar de meer recente geologische geschiedenis kijken met dus meer vergelijkbare randvoorwaarden. En dan dus met name naar intervallen toen het CO₂-gehalte vergelijkbaar was met nu, of met gehaltes die ons in de toekomst mogelijk te wachten staan, afhankelijk van hoeveel CO₂ we in de atmosfeer stoppen.
Omdat deze periodes zo lijken op het huidige of toekomstige klimaat, worden deze ook wel analogen genoemd, of deelanalogen omdat er nog steeds wel kleine verschillen in die randvoorwaarden aanwezig zijn. Een belangrijke (deel)analoog is bijvoorbeeld het zogenaamde Pliocene klimaatoptimum rond de 3 miljoen geleden, toen het CO₂-gehalte vergelijkbaar was met nu. In dat onderzoek worden naast de data uit bijvoorbeeld sedimentkernen rond Antarctica ook modellen gebruikt, en die combinatie laat zien dat de zeespiegel toen mogelijk zo’n 10-20 meter hoger stond. Deze gegevens kunnen samen met modellen van groot belang zijn voor voorspellingen van de zeespiegelstijging op langere termijn dan 2100. En je ziet dan ook in het laatste IPCC rapport dat er meer aandacht besteed wordt om bepaalde voorspellingen door te rekenen naar het jaar 2300. [1] Hierbij gaat het dan vooral ook om de zeespiegel, omdat de smeltende ijskappen een hele trage component in het hele klimaatsysteem zijn. Dat wil zeggen dat het afsmelten nog lang door zal gaan, ook als we vandaag abrupt zouden stoppen met de uitstoot van broeikasgassen.
Door die traagheid zijn de ijskappen nog niet in evenwicht met het huidige CO₂-gehalte en temperatuur van de atmosfeer gekomen, waardoor het afsmelten nog langere tijd door zal gaan. Het is dus mogelijk dat we al een belangrijk kantelpunt in het klimaatsysteem gepasseerd zijn.