Smeltende ijskappen. Extreem weer. Verlies van biodiversiteit. Ga zo maar door… Zorgwekkende vooruitzichten die, logischerwijs, bij veel mensen gevoelens van bezorgdheid, angst en woede oproepen. Ook moet er nog ontzettend veel gebeuren om deze problemen in te perken, veel meer dan dat er nu wordt gedaan. Je zou er zomaar moedeloos van kunnen worden. De kans is dan ook groot dat de gedachten “wat kan ik überhaupt doen?”, “waar doe ik het allemaal voor?” en “waarom doen anderen zo weinig?” wel eens door je hoofd spoken. Deze gedachten voelen waarschijnlijk weinig constructief of motiverend, en zijn waarschijnlijk ook niet goed voor je algehele humeur en welbevinden. Dus: hoe houden we de moed erin?
Emoties kunnen aanzetten tot actie
Een goed begin is wellicht om te erkennen dat veel mensen deze emoties ervaren en te weten dat sommige van deze emoties mensen kunnen aanzetten tot actie. Zo voelen mensen die zich zorgen maken om de uitkomsten van klimaatverandering (“worry”) ook een grotere persoonlijke verantwoordelijkheid om wat tegen klimaatveranderingen te doen. Deze persoonlijke verantwoordelijkheid, of “personal norm”, blijkt een belangrijke aanzet tot concrete actie [1]. Andere emoties, zoals angst (“anxiety” of “fear”) en woede (“anger” of “outrage”), lijken echter minder constructief [1, 2] en kunnen je welbevinden ondermijnen [3, 4]. Toch kan er moed worden geput uit de bevinding dat veel mensen gevoelens van zorgen, angst of woede met betrekking tot het klimaat ervaren, en dus blijkbaar het probleem inzien en er persoonlijk door geraakt worden.

Afbeelding door Maria Orlova via Pexels
