Heeft de Nederlandse overheid wel genoeg daadkracht om een energietransitie tot stand te brengen?

De vraag of de Nederlandse overheid wel genoeg daadkracht heeft om de energietransitie tot stand te brengen laat zich niet gemakkelijk beantwoorden met ‘ja’ of ‘nee’. Ten eerste omdat daadkracht moeilijk te meten is en wanneer zou er bovendien voldoende daadkracht zijn? Ten tweede omdat de vraag zich richt op de Nederlandse overheid, waarbij een onderscheid gemaakt kan worden tussen politieke wilskracht, de wetgever die passende wetgeving schrijft en de uitvoerende macht; op lokaal, regionaal of nationaal niveau.

Lees meer... 8 min. leestijd

Hoe kwam dit artikel tot stand?

Dit antwoord is geschreven door Sanne Akerboom.
Reviewer: Chris Backes.
Redacteur: Sven Borghart

Gepubliceerd op: 5 december 2020 (geüpdatet juli 2022)

[1]   Regeerakkoord Rutte III, Vertrouwen in de toekomst, oktober 2017 en Coalitieakkoord Rutte IV, Omzien naar elkaar, voortuikijken naar de toekomst, december 2021,

[2]   Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van klimaatneutraliteit en tot wijziging van verordening (EG) nr. 401/2009 en (EU) 2018/1999 (Europese Klimaatwet) COM/2020/80 final

[3]   Klimaatwet

[4]   Energieakkoord, 2013

[5]   Klimaatakkoord, 2019

[6]   Wind op zee rond 2030

[7]   Brief van minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat aan de Tweede Kamer, 17 september 2019

[8]   Kamerstukken II 2020-2021 35 575, Wijziging van de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet Milieubeheer voor de invoering van een CO2-heffing voor de industrie (Wet CO2-heffing industrie).

[9]   Planbureau voor de Leefomgeving, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Rijksdienst voor Ondernemen Nederland, TNO, Klimaat- en Energieverkenning 2021, oktober 2021,

[10]   Daarbij moet wel gezegd worden dat er tussen oktober 2021 en juli 2022 geen nieuwe wetgeving of beleidsinstrumenten zijn geïntroduceerd, maar dat nieuwe instrumenten onderdeel uitmaken van lopende processen, en het daarmee onzeker is of alle ontwikkelingen wel worden meegenomen voor de KEV 2022.

[11]   Brief van de Raad van State aan de minister van Economische Zaken en Klimaat, ten behoeve van de Klimaatnota, 1 oktober 2020

[12]   Urgenda uitspraak Hoge Raad, 20 december 2019

[13]   CBS, februari 2022

[14]   .

©De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 4.0 Internationaal, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn. Zie de gebruiksvoorwaarden voor meer informatie.