De korte levensduur van methaan maakt dat er in de atmosfeer een evenwicht kan ontstaan. Er wordt methaan afgebroken en er komt weer methaan bij. Als de uitstoot van methaan constant blijft, ontstaat na een aantal jaren een constante concentratie in de lucht.
Frank Mitloehner (een criticus van klimaatwetenschap) [5] [6] zegt dat de hoeveelheid koeien in de VS en in Nederland niet is toegenomen en dat er via methaan uit de (melk)veehouderij dus geen netto bijdrage is aan klimaatverandering in de afgelopen tientallen jaren. De gedachtefout hierin is echter dat bij een constante klimaatforcering de temperatuur op aarde constant zou blijven, wat niet het geval is.
Daarnaast is met name van 1950 tot 1985 het aantal dieren en de productiviteit van de dieren in Amerika en Europa wel sterk gestegen, en daarmee de methaanemissie per koe ook. De wereld houdt ook niet op bij de VS en Nederland. Wereldwijd gezien is het aantal grote herkauwers (koeien en buffels) in de afgelopen 60 jaar gestegen van 1.03 miljard naar 1.71 miljard dieren, met vooral stijgingen in Azië, Afrika en Zuid-Amerika [7]. Daarnaast is men in Noord-Amerika en Europa in de afgelopen 60 jaar op grote schaal overgeschakeld op drijfmest-systemen, die veel meer methaan produceren dan de vaste mest systemen. Er is dus meer methaan in de atmosfeer terechtgekomen via herkauwers.
Dat wordt voor Nederland geïllustreerd in de volgende figuur:

Figuur 3. Reconstructie van de jaarlijkse emissie van methaan van de Nederlandse melkveehouderij (melkvee en bijbehorende jongvee) in de periode 1950 – 2021. Berekening met GLEAM. De grijze staven zijn methaan dat door fermentatie ontstaat in de pens van de koe, de zwarte staven zijn methaan uit mest.[8]
Daarnaast is het aantal varkens in de wereld ook sterk toegenomen en dan met name de varkens in de grotere commerciële varkenshouderijen die met drijfmest werken. Frank Mitloehner schetst dus in totaal een te positief beeld van de veehouderij.